Eerste betekenisvolle onweersetup van het seizoen, dd 21 mei 2016


Na een lange periode van rustig en relatief koud weer zijn we stilaan terecht gekomen in een atmosfeer die seizoenswaardige temperaturen kan leveren. Bij nadering van een progressieve trog van over de Atlantische Oceaan wordt er een Spaanse Pluim configuratie opgesteld, die een warmte-opstoot richting de Benelux promoot met een koufront langs het Europese vasteland. Voor het koufront uit bevindt er zich een convergentielijn die vanaf de late namiddag vanuit het westen van Frankrijk onweersbuien initiëert die zich in een noordoostelijke richting over de Benelux lijken te verplaatsen.

fcst

Verwacht wordt dat deze buien sterk uit de hoek kunnen komen aangezien we in een luchtsoort zitten die gekenmerkt wordt door een sterke afname in temperatuur met hoogte en dusdanig een gemodereerd tot diep onstabiele atmosfeer promoten. Aangezien we in de warme sector zitten van een naderende trog vinden we daarnaast ook een ruimend windprofiel waarbij de windschering tot enigszins diep in de supercel-range zit en tot boven de 25 m/s (50 kts) klimt. Aangezien we in de NWP output CAPE profielen vinden die in Frankrijk flirten met de 2000J/kg (parceltraject vanaf de grond) en een stevige 1200 - 1500 m²/s² aan mlCAPE met een 0-3km SREH die tot boven de 200 m²/s² kan klimmen is het gedacht van supercel-processen niet ver weg te denken. Zeker wanneer we de 3 hoofdzaken voor de formatie van supercels ingevuld zien in de windprofielen waarin deze buien zich kunnen handhaven, namelijk voldoende low-level stormrelatieve wind, een 90° draaiing van de windscheringsvectoren en een parallel component tussen de stormrelatieve wind en de low-level vorticiteitsvectoren.

gfs cape11

Denken we aan supercels, denken we automatisch aan grote hagel. De naakte fawbush-miller hagelberekeingen geven een maximum hageldiamter aan van 4 tot 7 cm. Een significante hagelevent is (in het geval van supercels) dus best mogelijk terwijl de SHIP (Severe Hail Indication Paramater) zijn drempelwaarde van 1 tot 2 haalt waarbij de waarde 2 (in Frankrijk), volgens onderzoeken, een hoge waarde is en dus niet te onderkennen valt. Daarnaast zien we in de STP een signaal voor de vorming van tornado's, minder door de LLS, die rond de 10 m/s schommelt, maar eerder door de lage wolkenbasissen waarbij een LCL-hoogte van 1000m wordt verwacht... indien de buien vanaf het oppervlak kunnen ontstaan. De kans hiertoe (tornado's) is doch bestaand, niet èrg prominent aangezien we hiervoor toch een sterkere wind in de grenslaag zouden moeten zien.

gfs shprob11

Aangezien de buien getriggerd lijken door een convergentielijn en er weinig tot geen upper level forcering mee gemoeid is (cfr. de afwezigheid van een significante kort-golf trog en de pas late inval van 500mb hoogteval) lijkt het er goed op dat de buien gevoed worden vanaf de grond. Een logische evolutie langs een lineaire trigger is dat we mogelijks eerst geïsoleerde buien krijgen, die zich later kunnen organiseren in een MCS of squall line waarbij windstoten toch enigszins geaccentueerd kunnen worden en de voornaamste dreiging migreert richting de vorm van "straight line winds". Best een veel voorkomende oplossing in het benaderen van een situatie zoals deze. De meeste kans op supercel-buien vinden we dan ook in Frankrijk waar de kans op geïsoleerde buien het grootst is, terwijl de Benelux zoals regelmatig het geval is het (tegen dan reeds gevormde) onweerscomplex over zich heen kan krijgen waarbij diens oriëntatie t.o.v. de hoogtestroming een significante driver kan zijn in zowel het brengen van noodweer alsook de resultante buienmode (lineair, boogstructuur of ingesloten supercels). Niet tegenstaande dat er zich voor het systeem de Benelux vanuit het ZW binnentrekt ook losse geïsoleerde buien kunnen ontwikkelen in de warme sector, eventueel onder invloed van kustconvergentie. De kans hierop is weliswaar niet erg uitgesproken aangezien volgens het gros van de NWP-output, de forcering daarvoor ietwat afwezig lijkt en alles lijkt gekoppeld te zijn aan de progressie van de convergentielijn voor het koufront uit. Mogelijk is het daarentegen wel.

gfs dls11

Kanttekeningen aan het verhaal zijn er daarentegen ook wel. Doordat deze synoptische setup kortstondig is, zijn de constructieve thermodynamische ingrediënten voor onweer erg fragiel na het ondergaan van de zon. Had deze setup zich eerder gestaag opgezet, had de onstabiliteit zich meer langdurig kunnen huisvesten boven West Europa. hierdoor zou de latente onstabiliteit (de CAPE) zich ook gemakkelijker kunnen handhaven tijdens de late avond en nacht. Ook is de overlap tussen de windschering, forcering & onstabiliteit het meest prominent in Frankrijk, mede door de zonet aangehaalde kanttekening omtrent de thermodynamica. Tegen dat de buienlijn de Benelux bereikt hangt de intensiteit sterk af van hoeveel muCAPE nog voorhanden is om de onweersbuien te laten floreren. De grootste onzekerheid is dan ook het precieze tijdstip waarop de onweersbuien de Benelux via het ZW binnentrekken. Hoe vroeger dit is, hoe sterker de overlap tussen de verschillende noodweer-eigenschappen nog zal zijn, wat beslist een sterke driver zal zijn in de intensiteit en vooral buienmodus van de passage.

gfs windprofile11

De beste overlap tussen onstabiliteit, forcering en interessante windprofielen vinden we hoe dan ook ten zuiden en in het ZW van de Benelux terwijl de noodweerparameters zwakker worden hoe noord(oost)elijker de buien zich boven de Benelux lijken te begeven. Dit resulteert dan ook in een zwakker wordend onweerscomplex hoe dieper deze de Benelux in trekt. Om die reden plaatsen we als (voorlopig) maximale dreiging een MDT risico met een afnemende dreiging richting het noorden en noordoosten, terwijl het MDT gebied zich over een relatief groot gebied kan uitstrekken boven het Franse grondgebied.

fcst2