Desondanks onzekerheid, mogelijk zwaar onweer ter afsluiting hittegolf


Aangezien we de laatste dagen in gaan van een uitzonderlijk warme periode op het einde van deze augustusmaand lijken de condities zowel op thermodynamisch als kinematisch vlak gunstig voor het ondersteunen van zware onweersbuien. Deze situatie kenmerkt zich door een stagnerende trog ten westen van het Europese vasteland met een rug boven Centraal Europa.

Vanaf dinsdag werd de atmosfeer gedomineerd door een droge maar hete continentale luchtaanvoer die garant stond voor een gemodereerd tot sterke temperatuursafname met hoogte waarbij zowel op grote schaal als met enige frequentie de tropische grens bereikt werd. Aan deze warme periode komt abrupt een eind wanneer de droge continentale aanvoer van hete lucht wordt weggedreven door een westcirculatie. De vraag die dan natuurlijk naar boven komt is of het wegvegen van die hitte zal gepaard gaan met onweersbuien of niet. Om deze vraag te beantwoorden moeten we de ingrediënten voor zwaar onweer onder de loep nemen en die zijn onstabiliteit, windschering en forcering.

forecast 1472242565

eufcst

Vanuit het zuiden komt er zich een betrekkelijk breed veld met steile lapserates aanmelden, waarbij de 850-500mb LR een 8°C/km (!) bedraagt. Met een absoluut vochtigheidsgehalte aan de grond van net geen 15 g/kg krijgen we daardoor een sterk conditioneel onstabiel temperatuursprofiel waarbij de mlCAPE tot de 3000 J/kg klimt en de sbCAPE flirt met de 4kJ/kg. Dit alles gebeurt onder een zwakke tot matige CAP van om en bij de -50 tot -60 m²/s² terwijl de totaal beschikbare hoeveelheid voor neerslag (TPW) varieert tussen niet overdreven hoog (25-30mm) tot maxima van een verhoogde 40mm en hoger.

gfs cape11

Met een significant CAPE gehalte in de HGZ (hail growth zone) is er een erg grote kans op grote tot zelfs significante hagelval: iets wat zich onder andere toont in de significante hagelkaarten waarbij de drempelwaarde van 2 met gemak overschreden wordt en dus (mits onweer) eerder een waarschijnlijkheid dan een kans wordt. Ook vinden we de overgrote majoriteit van het CAPE profiel tot boven de -20°C uitsteken waardoor onweders gepaard zullen gaan met een enorm hoge bliksemactiviteit. Thermodynamisch gezien vinden we dus een èrg constructieve situatie voor hevig onweer.

gfs shprob11

Bekijken we het kinematisch aspect van deze onweersituatie zien we een zelfde verhaal terug. Verhoogde windschering, tot boven de 20 m/s (40 kts) in combinatie met een SFC-1km stormrelatieve wind die de 10 m/s behaalt en een 90° of hogere ruiming van de wind gebiedt een rijk SRH regime die bijna garant staat voor supercel-ondersteuning waarbij de 400 m²/s² niet geschuwd wordt. Correleren we de SRH met de inflowlayer van het CAPE profiel zien we meer dan 200 m²/s² effectieve SRH in de kaarten, wat meer dan voldoende is om significante supercels te produceren. Een andere correlatie met oog op supercelpotentiëel tussen de CAPE en SRH geeft ons een EHI van 5, wat volgens Benelux-standaarden èrg hoog is. Kijken we zelfs in de lagere regionen van de atmosfeer zien we dat de SRH1km tot boven de 200 m²/s² kan klimmen... Correleren we de windschering in de onderste km met het CAPE profiel en andere kinematische eigenschappen zien we een erg hoge tornadokans waarbij er geflirt wordt met een STP van 4 tot zelfs 5. Kinematisch en thermodynamisch is dit dus een potentiëel gevaarlijke situatie met supercels, significante hagel, windstoten en zelfs tornado's.

srh1 srh3 llstrel ehi

Rest ons nu nog om de forcering te benaderen... Iets wat in deze situatie ten eerste erg, maar dan ook èrg onzeker is en ten tweede daarom gewoonweg moeilijk te forecasten is. Elk model komt met een andere oplossing aandraven waarbij het Franse AROME met erg consistent intense signalen komt in België. Harmonie daarentegen geeft een inconsistente oplossing die reeds heeft gevariëerd tussen Centraal Nederland en de grens met België en Duitsland. De diverse WRF outputs hebben ook sterk verschillende oplossingen aangeboden waarbij de majoriteit momenteel over de Noordzee is te vinden. Dit is daarentegen enkel afgaand op neerslagkaarten waar ikzelf ècht geen fan van ben. De reden daartoe hoef je met zulke wijd uiteenlopende oplossingen ook niet ver te zoeken. Het is dan ook véél beter en productiever om naar de forcering zèlf te kijken i.p.v. af te gaan op zulke neerslagproducten. Hierdoor wordt trouwens ook duidelijk waar het schoentje eigenlijk begint te wringen.

uldivergence12

Synoptisch gezien zien we een oppervlaktelaag van het noorden van Frankrijk richting de UK trekken. Tegelijkertijd zien we vanover het Atlantisch Bassin als catalysator van de vermelde westcirculatie een sterk uitdiepend laag van west naar oost trekken. Bij nadering van het laatstgenoemd laag van west naar oost vindt er een interactie plaats met het noordwaarts trekkend surface low afkomstig uit het noorden van Frankrijk. Dat surface-low verliest daardoor volgens de meest recente GFS output aan integriteit waardoor de gesloten circulatie gewoon verdwijnt. De onzekerheid die zich toont in de diverse neerslagproducten is een rechtstreeks gevolg van de onmogelijkheid van de modellen om op een goede, consistente manier in te schatten wat er met die interactie precies lijkt te gebeuren. Gebeurt die wel, gebeurt die niet? Wat is de precieze locatie van het surface low, t.o.v. de aanstormende Atlantische depressie? De watervapor satelliet/images lijken deze hypothese trouwens erg sterk aan te tonen, waarop duidelijk is dat de 2 vermelde systemen inderdaad richting elkaar trekken en kunnen interacteren.

ipvs

De enige parameter die ietwat consistent blijft zijn (naats de consistentie van de thermodynamica) de producten die gebaseerd zijn op de isentropische analyse en dan meerbrepaald de IPV. Die kaarten blijven een IPV anomalie tonen die van het ZW naar het NO over de Benelux lijkt te trekken, terwijl aan de kop van de anomalie toch enige convectieve signalen duidelijk zijn. Ook in het timeframe van 21 – 00Z (zaterdag op zondag) zien we een subiele IPV anomalie via het ZW de Benelux binnentrekken dewelke met de aanwezige onstabiliteit mogelijks ook genoeg kan zijn om buien te triggeren. Ook is het daarboven belangerijk om outflowboundaries in acht te nemen van convectie die zich mogelijks in de vroege uren boven de Noordzee kan bevinden, aangezien deze ook voor aanvullende focering kunnen zorgen... Erg veel onbekende variabelen dus.

TSTMprob00Z28AUG2016

Omwille van die onzekerheden hebben wij gekozen om als maximum een MDT risk te voorzien. Niet tegenstaande dat enkel afgaand op de thermodynamica & kinematica een HIGH risk mogelijk had geweest.