Buiensituatie 26/06/2015


Tussen een lagedrukgebied boven het Atlantisch bassin en een hoog boven de Alpen ontwikkelt er zich een surface-trough, dewelke de focus zal zijn voor mogelijke convectieve initiatie.

 

sfcthetae11

Met temperaturen eind de 20°C worden de lapse rates steiler terwijl de sfc-dauwpunten met de 20°C beginnen flirten. Hierdoor wordt de situatie conditioneel onstabiel, waarbij er zich in het noorden van Frankrijk en dicht bij de Belgische grens een CAPE van 500-600 J/kg ontwikkelt.

gfs cape11

Onder invloed van het hoog aan Spanje wordt in tandem met het laag boven het Atlantisch bassin een zonale jet opgewekt, dewelke vlot over de 80 kts klimt. Aangezien we spreken over een "straight jet" kunnen we het 4 quadranten-model gebruiken waarbij in deze situatie de linker-uitgang voor lift zal zorgen onder de vorm van PVA & dynamische destabilisatie. Wanneer de PVA aan de linker-uitgang in de buurt komt van de convergentielijn aan het oppervlak zullen we de DMC zien initiëren, die langs het ZW van Belgie, dieper landinwaarts zal trekken en zich grotendeels zal beperken tot de zuidelijke helft van de Benelux.

gfs wind250mb11

Nemen we kinematische situatie in acht, zien we dat de situatie best dynamische buien kan ondersteunen. We zien de low-level stormrelatieve wind toenemen tot +10 m/s, terwijl de 0-3km SREH met gemak de 200 m²/s² haalt en de DLS een 20m/s bedraagt. De genoemde parameters bevinden zich dus allen in de multicel-supercel range. Neem daarbij in acht dat de boundary-shear oriëntatie ditmaal weinig boundary-parallelle windschering met zich meebrengt, maar dat de meeste windschering onder een hoek op de surface boundary staat, lijken verrassingen dus niet onmogelijk. Met de ietwat verhoogde windsnelheden in de mid-levels lijkt een LEWP-achtige structuur ook best mogelijk, een signaal wat ook in de HILOCS te zien is.

gfs sreh3km11

Alhoewel de parameters voor noodweer-verschijnselen niet ècht hoog liggen is de kans op dynamische eigenschappen dus toch niet onbestaand. De voornaamste dreiging zit hem in convectieve windstoten, mede door de geaccentueerde windsnelheden in de mid-levels waarbij verticaal momentum-transfer aan de basis kan liggen van de aard van de windstoten. De flashrate in de buien zal sterk afhankelijk zijn van de uiteindelijke organisatie die deze buien zullen genieten, dewelke mogelijk geaccentueerd kunnen worden door dynamische kinematische eigenschappen zoals mogelijke (low topped) supercellulaire processen of gustfront-propagatie, waardoor ontladingen (zoals altijd in onweersbuien) ook een factor kunnen zijn.