Buiensituatie 24/7/2015


Onder toedoen van explosieve cyclogenese worden er aan de oostflank van een ontwikkelend systeem ietwat steile lapserates richting de Benelux geadvecteerd, dewelke onderheven aan de moisture content de atmosfeer conditioneel onstabiel maken. Aangezien de verwachte lapserates niet dusdanig steil zijn zal de mlCAPE buildup ietwat beperkt zijn en een magere 300 J/kg bereiken.

 

mlcape16

Desondanks deze magere onstabiliteit mag deze situatie niet onderschat worden, aangezien deze setting sterk geforceerd is. We zien op de 500mb hoogte een golf van west naar oost progresseren over de Atlantische Oceaan om in de regio van Normandië aan wal te komen. Terwijl dit systeem verder NO trekt komt er langs het Verenigd Koninkrijk een scherpe shortwave trough afzakken dewelke de eerder genoemde golf zal inhalen. Wanneer deze systemen samenkomen wordt er explosieve cyclogenese verwacht, die mogelijks aanleiding zal geven tot verrassend sterk, georganiseerde buien... ongeacht de lage mlCAPE.

vapor

Onder toedoen van sterke PVA zal het low, wat oorspronkelijk gekoppeld is aan de progressieve west-oost golf, explosief snel beginnen uitdiepen. Afhankelijk van het precieze traject van deze uitdiepende depressie kunnen we mogelijks spreken van een kanaalrat, indien de cyclogenese boven het kanaal plaatsvindt. Deze uitdieping heeft als resultaat dat enerzijds de windschering wordt aangesterkt, en anderszijds de forcering wordt geaccentueerd. Aangezien beide processen zich simultaan voordoen, vinden we hierdoor de reden dat deze buien toch sterk kunnen uitpakken.

helicity

Aangezien de DLS tussen de 15 & de 20 m/s schommelt en er zelfs tijdelijk kan boven schieten terwijl er hogere heliciteitswaarden beschikbaar zijn tot diep in de 200 m²/s² kunnen deze buien zich sterk organiseren, waarbij een Low Topped supercel niet zodanig ver gezocht is. Ook zien we een voordelige boundary-shear oriëntatie waarbij de windschering onder een hoek op de surface boundary staat. Dit promoot een situatie waarbij de buien optimaal van de windschering kunnen genieten, waarbij de overall severity van de convectie postief gemoduleerd wordt.

Afhankelijk van de coldpool-ontwikkeling en de ruimtelijke dimensie waarop cellen worden getriggerd, kan dit scenario zich op verschillende manieren uitspelen waarbij de voornaamste een mogelijk QLCS zal zijn in de vorm van een LEWP of zelfs mogelijks eerder geïsoleerde buien, opgelijnd langs de surface boundary (ev. in boogvorm). In het geval van eerder geïsoleerde buien groeit dan ook de kans op supercellulaire processen en tornadogenesis aangezien de LLS in m/s tot dieper in de tieners schiet. In het geval van een lineaire feature, zal de voornaamste dreiging zich eerder situeren in de vorm van straight line winds. Alhoewel bij deze laatste een MCV ook tot de mogelijkheden bevat, is deze erg afhankelijk is van de coldpoolontwikkeling en de hoek van de outflow/inflow van gustfront.

windgusts20

Na afloop komt de sterk uitgediepte lagedruk-kern net ten noorden van Nederland te liggen, waarbij het horizontaal pressure-gradient reeds sterk aangedikt zal zijn wat aanleiding geeft tot een sterk windveld. Afhankelijk van het precieze traject kunnen we in de noordelijke helft van de Benelux mogelijks spreken van een geaccentueerde windstoten. Tevens zien we op de watervapor-forecast een mogelijke back-bent occlusie wat de dag nadien de noordelijke helft van de Benelux kan aandoen, dewelke terug mogelijkheid kan bieden tot het triggeren van convectie. Deze convectie lijkt trouwens ook potentiëel te bevatten om dynamische processen te ondersteunen.

gfs vapor20

Toch zijn er enige kanttekeningen aan te brengen aan dit verhaal. Door de toch niet zó steile lapserates ondervinden de buien een erg oppervlakkige inflowlayer. Hierdoor worden de effectieve waarden zoals effectieve heliciteit, effectieve windschering en daardoor ook de derivaten zoals eSTP & eSCP sterk de kop ingedrukt, ongeacht de verhoogde heliciteit in de standaard SFC-3km & SFC-1km laag. Dit kan mogelijks aan de basis liggen van sterk verminderde organisatie en dus een domper drukken op de overall severity van de convectieve event.