Buiensituatie 23/02/2016, post-frontale buien


In het post-frontale lapserate-regime wordt er omwille van een lagedruksysteem boven de Atlantische oceaan een koude bovenlucht boven de Benelux geadvecteerd. Met de aanvoer van vocht vanover de noordzee vinden we hierbij een licht CAPE regime van een paar 100 J/kg, waarbij de laag met het grootste vertikaal temperatuurscontrast zich in de midlevels bevindt en een lapserate van een dikke 7°/km biedt. Een significante trigger lijkt zowel in de upper levels als de low levels daarentegen niet aanwezig te zijn, uitgezonderd van de low level frictie met het Europese vasteland, waardoor er convergentie onstaat bij het aan land komen van de low level luchtmassa en de dagelijkse gang.

forecast20160223

Het zwakke onstabiliteitsprofiel en de lage windparameters, gebieden een TSTM-risk, zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart. De droge midlevels geven een indicatie op (korrel)-hagel, mede omdat het 0° niveau behoorlijk laag is, maar biedt tegelijkertijd ook de kans op "dry air entrainment", een proces waarbij die droge lucht zich mengt met de vochtige lucht van de convectieve stijgstromen met als gevolg een lagere CLW (Cloud liquid water) hoeveelheid in de buienwolk. Daardoor is er (in geval van) ook minder aanmaak van graupel met op zijn beurt een lagere scheiding van lading en dus ook een zwakkere electrificatie. Enkel de meest brede stijgstromen zouden hier minder hinder door ondervinden.

TSTMprob

Voor meer informatie over onze dreigingsniveaus verwijzen wij jullie graag naar deze link.