Buiensituatie 07/08/2015


Verbonden aan een persistent lagedrukgebied boven het Atlantisch Bassin wordt er morgen in een noordoostelijke flow, via de zuidoost-flank van de Benelux, een surface low vanover Frankrijk Richting Duitsland geadvecteerd. De convergentie die hiermee gepaard gaat zal de focus zijn voor onweersbuien die mogelijks het ZO van de Benelux zullen aandoen.

 

Omwille van de temperaturen die in het oosten rond de 30°C schommelen wordt de atmosfeer al snel onstabiel met lapse rates die tussen de 850 en de 550mb neigen aan droog-adiabatisch. Hierdoor bevindt er zich boven de vermelde regio, afhankelijk van de precieze locatie gemodereerde tot hoge CAPE, onderheven aan een verticaal windscheringsprofiel dat ons al bij al een dikke 20m/s of 40kts windschering biedt in de sfc - 6km laag, waarbij de windschering nagenoeg volstrekt parallel staat met de convergentielijn. Nemen we de diepte van het CAPE profiel in beschouwing, kunnen we zelfs spreken van een 23m/s of 46kts EBWD.

gfs cape11

Aan de westflank van het surface low vinden we ZWerlijke flow waardoor de heliciteitswaarden omwille van de NOerlijke upper level flow, aan die flank gemaximaliseerd worden met SRH1 waardes die klimmen tot een 350m²/s² en een SRH3 die flirt met de 500m²/s². Nemen we hier terug het CAPE profiel in beschouwing, kunnen we spreken van een ESRH waarde van om en bij de 150 tot 200m²/s², wat toch degelijke waardes zijn om supercels te ondersteunen. 

gfs strelwindsfc 1km11

Indien convectie zich vanaf de grond kan ontwikkelen kunnen de buien in een vlug tempo rotatie ontwikkelen en uitgroeien tot supercels, waarbij de geaccentueerde SRH1 waardes een verhoogd risico op tornado's promoot. De kans op een hagel-event is ook aanwezig, aangezien we een dik CAPE profiel hebben en er dus voldoende CAPE in de HGZ bevindt. Convectieve initiatie lijkt vooralsnog gebonden te zijn aan de convergentie die met het surface low lijkt gepaard te gaan, in de dichte nabijheid van de frontale zone. Ook vinden we orografische invloeden in de regio, waarbij de upslope flow een positieve bijdrage biedt aan het helpen initieren van convectie.

gfs sreh3km11

Analoog aan eerdere situaties deze zomer zijn er terug kanttekeningen aan het hele verhaal. De vraag komt terug opduiken of surface based convectie mogelijk is aangezien we een groot verschil zien tussen de LCL en de LFC. Deze overbrugging is mogelijk indien de vermelde convergentie en de upslope flow rond het ietwat elevated terrein voldoende sterk & diep zal zijn. Wat diverse soundings ons ook tonen zijn omega's in de onderste niveaus die subsidentie promoten en dus ook een negatieve bijdrage bieden aan het ontstaan van convectie van af de grond.

gfs shprob11

De kans op surface based convectie is het grootst in het gekende tijdsraam tussen 17 & 20u 's avonds. Daarna wordt het door de stabilisatie van de boundary layer moeilijker en moeilijker om nog sb-convectie te ondersteunen, en groeit de kans eerder op een geëleveerde buienmodus, waardoor natuurlijk de severity van de event wordt ingedijkt... dit ongeacht de hoge heliciteitswaarden in de standaardlagen van de atmosfeer (sfc-1km en sfc-3km). In het geval van een geëleveerde omgeving groeit daarentegen wel de kans op downbursts, aangezien we te maken hebben met ietwat lage dauwpunten en er zich in de lagere niveaus een diepere dauwpuntsdepressie bevindt. Dit werkt dan de kans op evaporatieve koeling in de hand met een sterker neerwaarts momentum.

charlevilles

Al bij al kunnen we zeggen dat de kans op diverse randverschijnselen en significant weer sterk afhangt van het type onweer zich zal voordoen, waarbij de geëleveerde natuur t.o.v. convectie vanaf de grond de laagste dreiging op diverse weersverschijnselen zal bieden. Ook vinden we een groot verschil in severity wanneer we van een geïsoleerde buienmodus overgaan naar een lineaire feature, wat omwille van de boundary-parallele windschering een veel voorkomend resultaat is.