Bliksemfotografie: een korte handleiding voor de beginnende onweersfotograaf


Bliksemfotografie: een korte handleiding voor de beginnende onweersfotograaf

Een felle flits en een harde klap, met daarna een wegebbend gerommel dat niet alleen hoorbaar maar ook voelbaar is. Als kind zijn we er meestal bang voor, maar gaandeweg wordt bij velen de fascinatie voor bliksem groter. Bij sommigen gaat het nog een stap verder: het willen ‘vangen’ van bliksem. Niet met het eigen lichaam; dat zou het opdoen van de ervaring waarschijnlijk eenmalig maken en, voor zo kort het duurt, niet bepaald prettig. Het doel is om een ontlading vast te leggen in de vorm van film- en/of fotomateriaal. Vooral dat laatste lijkt nagenoeg onbegonnen werk. Daar is, gezien de snelheid van bliksem, toch een briljante timing voor nodig? Niets is eigenlijk minder waar.

 

De vraag komt doorgaans van de ‘point-and-shoot-mensen’ af. Met andere woorden: de camera hééft een automatische stand, dus dan gebruiken we alléén de automatische stand. Voor mensen die nét wat meer van fotografie weten is al meteen duidelijk hoe we het voor elkaar krijgen. Timing heeft wel te maken met de hobby, maar is eigenlijk alleen van toepassing op het jagen op onweer, niet specifiek op het maken van bliksemfoto’s. Het is simpel: doe het maar ‘rustig’ aan, want je gebruikt lange sluitertijden. Einde instructie? Zeker niet.

Er komt uiteindelijk toch wat kijken bij dit soort dingen. Hieronder een lijstje van zaken waar je op dient te letten… Waarvan sommige dingen net wat belangrijker zijn dan andere.

  •           Veiligheid! Het grootste gevaar komt van bliksem zelf. Het instinct vertelt ons niet voor niets dat we er eigenlijk bang voor zouden moeten zijn. Een directe blikseminslag is normaal gesproken fataal en zelfs als je het overleeft, is het zo dat je waarschijnlijk de rest van je leven de nodige beperkingen overhoudt aan het voorval. Ga daarom nooit recht onder de bui staan fotograferen en er ook niet te dicht voor, achter of naast. Voor de meeste, zo niet alle bliksemfotografen geldt dat de algemene regel ‘Kun je de donder horen, ga dan naar binnen’ niet heel goed werkt. Hoe kunnen we dan een nieuwe regel maken? Eigenlijk niet zo goed. Je moet (een beetje?) gek zijn voor deze sport. Verderop laat ik zien wat voor mij ongeveer als acceptabele afstand dient, maar bij voorbaat zeg ik alvast dit: het advies is om de bestaande regel te handhaven. Mocht je dat advies naast je neer willen leggen, dan volgen hier een aantal vuistregels wat betreft veiligheid. Daarbij ga ik alleen in op wat je moet doen om een inslag te voorkomen of om de kans erop te verkleinen.

    Even ervan uitgaande dat je niet onder de bui staat of heel dicht erop, houd rekening met het volgende: niet onder bomen, masten, palen of andere ‘bliksemafleiders’. Die kunnen een indirecte inslag veroorzaken, die vaker niet dan wel fataal is, maar wel heel pijnlijk en schadelijk is voor je lichaam. Ben zelf ook niet het hoogste punt in het landschap! Denk aan staan op heuvels, dijken en daken. Weet daarnaast ook altijd met wat voor onweer je te maken hebt; Hoe sterk is het? Waar gaat het heen? Wat voor ontladingen produceert de bui?

    Een belangrijk gegeven: bliksem zoekt de makkelijkste weg tussen een positieve en een negatieve lading, maar dat hoeft niet altijd via het hoogste punt op het aardoppervlak te zijn. Bovenstaande genoemde punten geven dus absoluut geen garanties!

    Een normale auto (metaal, geen cabrio) is doorgaans een goede schuilplek. Het is een ‘Kooi van Faraday’, dus de bliksem komt er normaal gesproken niet binnen. Wel kan de elektromagnetische puls van een ontlading de elektrische apparatuur in je auto om zeep helpen, dus kans op (aanzienlijke) schade is er altijd!

    Vergeet ook niet rekening te houden met de overige aspecten die ‘stormchasen’ gevaarlijk kunnen maken: krachtige wind, grote hagel, eventuele tornado’s en last but not least: het verkeer!

  •           Welke camera? Zorg voor een camera waarmee je minimaal de volgende dingen handmatig kunt instellen: sluitertijd, diafragmagrootte (f-waarde) en ISO-waarde. Je camera heeft een M-stand (manual) voor zoiets. (Digitale) Spiegelreflexcamera’s (DSLR’s) zijn daarvoor het beste. Die zijn namelijk veel sneller in het maken en verwerken van foto’s dan ‘compactcamera’s’. In de verdere uitleg ga ik er vanuit dat je een DSLR gebruikt voor je bliksemfotografie. Daarbij kun je bij DSLR’s de focus van de lens handmatig instellen, wat meestal zeer belangrijk is bij bliksemfotografie. Ik heb zelf echter geen peperdure fullframecamera voor onweersfotografie, want de kans dat de verzekering de schade dekt is zeer klein tot zelfs afwezig; je zoekt immers bewust het risico op! Een cropframe-DSLR (meestal tot €1200,-, maar vaak aanzienlijk minder duur) is eigenlijk al goed genoeg.

  •           Welke lens? Een landschapslens! Iets dat uit te zoomen is tot ongeveer 17 millimeter (op een cropframecamera, voor een fullframecamera is 24 millimeter voldoende). Ver in kunnen zoomen is niet zo belangrijk en de mogelijkheid daartoe gaat vaak ten koste van de optische kwaliteiten die een lens biedt. Ik maak zelfs gebruik van een Tamron 17-50mm f2.8. Waar staat die f2.8 voor? Daar meer over onder het kopje ‘diafragmagrootte’.

  •          Een statief! Voor bliksemfoto’s heb je lange sluitertijden nodig (daarover verderop meer), dus wil je voorkomen dat de foto ‘bewogen’ lijkt; het onderwerp en de omkadering mogen niet ‘uitgeveegd’ zijn in je plaat. Een statief houdt je camera stabiel, dus dat is precies wat je nodig hebt. Is elk statief goed genoeg? Nee, eigenlijk niet. Je statief moet zwaar zijn voor voldoende stabiliteit (3-4 kg mag het zeker wel wegen), zeker onder winderige omstandigheden. Daarnaast moeten de poten ten opzichte van elkaar te verstellen zijn. Niet alleen in lengte, maar ook wat betreft de hoek ten opzichte van de kop van het statief. Het op drie manieren kunnen kantelen van de kop van het statief door middel van grote, stevige handvatten is ook belangrijk.

    Alles bij elkaar een duur geintje? Dat valt wel mee. Ga voor een aluminium statief, dan heb je meestal voor minder dan €200,- een exemplaar dat vele jaren mee kan. Ik maak zelf gebruik van een aluminium statief van Manfrotto. In 2004 gekocht, maar nog altijd geen sporen van slijtage in de werkende delen.


    Een simpel maar robuust statief, met daarop een digitale spiegelreflexcamera en een lightning trigger.

  •           De omkadering van je bliksem. Een ontlading vastleggen is leuk, maar minstens zo belangrijk is het om een foto te hebben die leuk is om naar te kijken. Begin je net? Je hoeft niet te gaan voor de meest prachtige landschappen als je daar geen interesse in hebt, maar zorg er in ieder geval voor dat er geen storende elementen in je foto’s voorkomen. Denk aan verkeersborden en straatverlichting op de directe voorgrond, eventuele hoogspanningskabels op korte afstand en relatief veel bebouwing in je foto ten opzichte van de lucht. Bliksem is wat je fotografeert, dus dat moet overduidelijk centraal staan in je platen. Vaak zal je daarvoor een geschikte plek moeten vinden. Goed uitzicht op waar de bliksem zich voordoet. Een open plek in de stad of bij het dorp? Begin daar. Een mooi oud gebouw of juist een mooi reflecterende waterpartij in beeld? Een paar bomen (op afstand!) of een kerktoren ter contrast? Je bent zelf de ‘kunstenaar’, dus je kunt naar wens elementen toevoegen en weglaten. Nogmaals: let vooral erop dat je de storende objecten uit beeld laat.

    Wil je een stap verder gaan, dan zou je een netwerk van fotolocaties uit kunnen zetten. Markeer mooie en relatief veilige (!) fotolocaties op een kaart of in (bijvoorbeeld) Google Earth en zorg ervoor dat je, afhankelijk van waar een onweersbui heen trekt, je daar kunt gaan staan en de gewenste foto’s kunt maken.

    Reflecterend water kan een zeer aantrekkelijk element vormen binnen je foto.
    Reflecterend water kan een zeer aantrekkelijk element vormen in een bliksemfoto.

  •           De camera juist instellen: de eerste stappen. Zet alsjeblieft je camera recht! Dat wil zeggen: een rechte horizon in je foto! Zorg daarnaast voor voldoende maar niet teveel landschap in je plaat. Omkadering maakt je shots.

  •           Lens scherpstellen. In het geval van een DSLR kun je handmatig scherpstellen. Vaak heeft de automatische scherpstelstand van een camera wat contrast nodig om op scherp te kunnen stellen. In het donker is dat contrast er vaak niet, maar ook met relatief egale oppervlakken als wolkenluchten willen er nog wel een problemen ontstaan. Zorg ervoor dat je de camera handmatig scherp kunt stellen en dat je dat ook doet. Sta je in het donker? Stel dan scherp op een lamp die zich zo ver mogelijk bij je vandaan bevindt. Kijk daarvoor door de zoeker van de camera. Laat de scherpstelstand vervolgens op de handmatige stand staan. Als je niet of uit hoeft te zoomen, blijft je lens zo scherp gesteld. Wil je wel in- of uitzoomen? Stel dan meteen daarna de lens opnieuw scherp.

    Een niet goed scherpgestelde lens! Wat een gemiste kans... :(
    De lens is niet scherpgesteld! Wat een gemiste kans... :(


  •           Het kiezen van de juiste sluitertijd. Hoe langer je sluitertijd, des te groter de kans is dat je bliksem ‘vangt’. Toch is het zo dat je vaak niet alleen je bliksem scherp in de foto wilt hebben, maar ook de wolken er omheen. Afhankelijk van hoe snel die wolken bewegen, kies je een sluitertijd. Ik ga zelf meestal voor vier à vijf seconden, bij sneller bewegende wolken wat korter, bij een egale wolkenpartij soms voor wat langer. Dit is wanneer het donker is of wanneer het schemert. Bij daglicht (bewolkte luchten) is het al bijzonder moeilijk om aan de twee seconden te komen, zelfs als de overige instellingen op de camera goed zijn. Verderop hierover meer.

    Zodra je foto is gemaakt, klik je opnieuw op de sluiterknop (of op de draadontspanner of afstandsbediening) om direct een nieuwe foto te kunnen maken. Let op: zet eventuele vormen van ruisreductie in je camera uit, want die zorgen voor een trager functioneren van de camera!

    Heb je een ontlading vastgelegd? Zet de camera uit voordat er een nieuwe ontlading te zien is! Bij sommige, zeer actieve buien is dat lastig, maar het blijft belangrijk. Hoezo dat? De wolken verplaatsen zich constant. Krijg je meerdere ontladingen op enkele seconden van elkaar, dan ontstaat er een ‘stroboscopisch effect’. De flitsen verlichten de wolken enkele malen, maar de wolken zijn door de wind voortgedreven. Het kan dus gebeuren dat een wolkenvorm er meerdere malen op staat, maar wel met enige ruimte ertussen. Dat geeft vreemde, soms ronduit onaantrekkelijke foto’s. Iets om op te letten. Heb je de camera uitgezet? Zet ‘m meteen weer aan en neem direct een nieuwe foto. Het is niet de bedoeling dat je ontladingen mist.

    Voortbewegend onweer met stroboscopische werking door meerdere ontladingen na elkaar binnen één foto. Een foto zonder stroboscopisch effect. Geen 'dubbele' wolken!
    Links: stroboscopische werking door meerdere ontladingen zorgt voor 'dubbele' wolken. Rechts: zoals het hoort! Eén ontlading zorgt voor een betere weergave van de wolken.

  •           Diafragmagrootte. Sluitertijd bepaalt niet of je foto goed belicht is in het geval van bliksemfotografie in het donker. Vandaar ook dat het voor je belichting niet uitmaakt als je de camera na een ontlading uitzet. De diafragmagrootte is voor de belichting wel belangrijk! Dat is de grootte van de opening waardoor het licht op de sensor valt. We drukken dat uit in f-waarden. Een groot diafragma betekent veel licht, een klein diafragma weinig licht. Het diafragma bepaalt ook voor een groot gedeelte de scherptediepte (wat is binnen je foto in focus en wat niet), maar dat is voor landschapsfotografie niet of nauwelijks van toepassing. Bliksemfotografie is immers een vorm van landschapsfotografie. Ook kan de f-waarde van invloed zijn op de scherpte van de elementen in je foto: lage f-waarden zorgen vaak voor een lichte onscherpte, hoge f-waarden ook. Er tussenin zit je wat dat betreft het beste.

    Hoe gaan we hier in de praktijk mee aan de slag? In het donker (sluitertijden van minimaal 4 seconden zijn haalbaar zonder overbelichting) geldt het volgende: is de bliksem ver weg en niet heel fel zichtbaar, ga dan voor een wat hogere f-waarde. Een lichtsterke lens gaat tot f2.8, soms zelfs lager. Voor goede landschapslenzen is f2.8 de grootste opening. Vaak is f2.8 niet maximaal scherp, maar f4 tot f11 is dat wel. Dat zijn de standen die ik gebruik voor bliksem op ‘wenselijke’ afstand. Hoger dan f11 zorgt ook weer voor minder scherpte, maar is de bliksem zo dichtbij dat ik dat soort f-waarden nodig zou kunnen hebben om overbelichting te voorkomen, dan is het onweer vrijwel altijd te dichtbij! Je gebruikt je diafragmagrootte dus vooral om de juiste belichting te kiezen. Lagere waarden als het wat verder weg is, hogere waarden als het relatief dichtbij is. Je bent gedurende de tijd die je bliksem staat te fotograferen hoofdzakelijk bezig met het spelen met je diafragmagrootte.

    Bij daglicht (onder stevige bewolking): gebruik je hoogste f-waarden om overbelichting te voorkomen! Alleen dan kun je proberen een sluitertijd van meerdere seconden te gebruiken.

  •           ISO-waarden. Simpel gezegd: de gevoeligheid van je sensor is in te stellen. Lage ISO-waarden staan voor een niet al te gevoelige sensor, hoge ISO-waarden voor een gevoelig afgestelde sensor. Waarom gebruiken we de ISO-waarden niet meer dan de f-waarden? Dat heeft te maken met dat het gebruik maken van hogere ISO-waarden, zeker bij cropframecamera’s, kan leiden tot meer ruis in een foto. Dat willen we voorkomen. Toch kan het handig zijn hier af en toe mee te spelen. Is het onweer relatief dichtbij, ga dan altijd voor ISO100. Is het wat verder weg, dan kun je ISO200 tot ISO400 proberen. Hoger is eigenlijk vrijwel nooit nodig. Meestal is de bliksem dan toch al te ver weg om enig detail in je foto’s te krijgen, en vaak krijg je dan, zeker in Nederland en België, te maken met lichtvervuiling die te prominent aanwezig wordt in je platen. Bij daglicht ga je sowieso niet hoger dan je laagste ISO-waarde.

    Overbelicht!
    Overbelicht!

  •           Buiten de genoemde punten zou je gebruik kunnen maken van een ‘lightning trigger’. Dat is een apparaat dat lichtflitsen, zowel vaag als fel, kan oppikken. Wanneer dat gebeurt, stuurt de trigger via een kabeltje een signaal naar de camera. De sluiter wordt dan door de trigger bediend, niet door de fotograaf. Een lightning trigger werkt alleen in combinatie met een (snelle) DSLR! Ik heb er zelf ook een, maar ik maak er nauwelijks gebruik van. In het donker zijn ze nagenoeg overbodig, tenzij het is om bliksem vast te kunnen leggen in onveilige situaties; de fotograaf zit in de auto of op een andere veilige plek, terwijl de camera bij elke bliksem afgaat. Het kan ook handig zijn om ontladingen vast te leggen wanneer je elders verplichtingen hebt. Sta je op een feestje of ben je op je werk en komt er onweer aan? Laat de trigger het werk voor je doen! Veel DSLR’s hebben tegenwoordig een intervalstand, die het gebruik van een trigger in bepaalde omstandigheden overbodig kan maken. De camera blijft dan zelf foto’s schieten.

    Ook bij bliksem bij daglicht kan een trigger een uitkomst bieden, want de kans om dan ontladingen vast te leggen met relatief korte sluitertijden is dan groter.

    Triggers zijn meestal niet bijzonder accuraat. Vaak zijn ze niet snel genoeg om een ontlading (volledig) vast te leggen. Bliksem is zelf razendsnel en triggers reageren weer op de ontlading. Een snelle trigger én camera zijn noodzakelijk! Daarnaast komen triggers in allerlei soorten, maten en prijsklassen voor. Denk goed na over het volgende, mocht je de aanschaf overwegen: Heb ik er een nodig? Aan welke eisen moet de trigger voldoen?

    Ik heb zelf een trigger van AEO Photo, de Lightning Strike Micro 3.0. Een kleine, snelle trigger, die redelijk prijzig is. Ik verwacht het apparaatje in de toekomst zeker goed te kunnen gebruiken, maar voor een klein gedeelte van de onweerssituaties.

    Belangrijk om te weten: zaken als scherpstellen van de lens en het instellen van de sluitertijd, f-waarde en ISO-waarde dient nog altijd handmatig te gebeuren! Een trigger regelt alleen het openen van de sluiter.


Een korte samenvatting van wat hierboven staat:

  •           Veiligheid eerst! Geen enkele foto is grote risico’s waard!;
  •           De juiste camera. Bij voorkeur een DSLR, maar je moet sowieso je sluitertijd, diafragmagrootte en ISO-waarde handmatig in kunnen stellen. Daar heb je de M-stand voor;
  •           De juiste lens: moet vooral ver genoeg uit kunnen zoomen! Een landschap moet er fatsoenlijk in passen;
  •           Een stevig statief;
  •           Een aantrekkelijke foto: scherp, waterpas en een door een geschikt landschap omkaderd onderwerp;
  •           Leer omgaan met sluitertijden, f-waarden en ISO-waarden;
  •           Gebruik eventueel een lightning trigger als hulpmiddel, maar ken de beperkingen van zo’n apparaat.


Dit zou voldoende moeten zijn om je te laten beginnen met het vastleggen van bliksem. Succes met fotograferen!
Gijs de Reijke, Level 3 Storm Chasers

Een geslaagde foto! Omkadering door aantrekkelijk landschap en indrukwekkende wolkenstructuren. Alleen te doen met de juiste camera-instellingen!
Een geslaagde foto! Omkadering door aantrekkelijk landschap en indrukwekkende wolkenstructuren. Alleen te doen met de juiste camera-instellingen!